Press
Vrij Nederland Full Interview July 2006 (Dutch)
De Britse dj Dave Clarke staat al jaren aan de top van de dance-scene. VN reisde een weekend mee met het fenomeen, van Amsterdam, via een modderconcert in Chichestre tot een oorsplijtende zegetocht in de techno-hemel van Londen. I want to fuck with peoples minds.
Door David Kleijwegt
Zelden iemand bijna letterlijk zijn oren zien spitsen. Dave Clarke doet het, op de bovenetage van een hip gestileerd maar opvallend rustig koffiehuis aan het eind van de Utrechtsestraat in Amsterdam, waar niet al te nadrukkelijke muziek klinkt. Hij staart geconcentreerd in zijn koffie verkeerd met soyamelk. Een wenkbrauw gaat omhoog, snel volgt een tweede. Erik Satie... Gnossienne nummer vier, niet? Dit moet de originele pianoversie zijn, op Deutsche Grammophone... Hoor eens, nu komen er Arabische invloeden bij. Interessant.
Dat zijn geen opmerkingen die je verwacht van iemand die al meer dan tien jaar een grote naam is in de elektronische dansmuziek. Maar Dave Clarke (1968, Brighton) is niet zomaar een techno-dj of -producer. Uiterlijk is hij al haast het tegenovergestelde van de flitsende platendraaier: kort zwart haar op een typisch Engels hoofd. Niet iemand die op straat meteen zou opvallen. Bovendien heeft hij een brede smaak. Ter illustratie laat hij de inhoud van zijn iPod zien: Patti Smith, PJ Harvey, Paris, Split Enz, Sparks, System of a Down, Wall of Voodoo en Roxy Music. Ook klassieke muziek heeft zijn warme belangstelling. Ik weet nog goed dat ik op school voor het eerst de Planets Suite van Gustav Holst hoorde. Heel inspirerend. In zekere zin heeft die muziek zelfs iets gemeen met techno. Een gozer die zegt: kijk eens naar de hemel, naar de ruimte. Wauw.
Toch blijkt Dave Clarke aardser dan aards, in een wereld waar omhoog vallen aan de orde van de dag is. De roem kan snel komen, in de dance. Je moet behoorlijk stevig in je schoenen staan, wil je er tegen bestand zijn. Tegen de verafgoding, tegen de verleiding van het snelle leven, tegen de neiging de meest zweverige theorieën te ontwikkelen over het werk dat je doet. En dan is er natuurlijk ook nog de ruime financiële vergoeding. Zelf wil hij er niets over kwijt. Je vraagt een politicus toch ook niet wat hij verdient?, zegt hij scherp. Het modieuze deel van de danswereld, hij heeft zich er nooit mee bezig gehouden. Dan ben je zes maanden hip en kun je gigantische bedragen incasseren. Maar daarna is het over.
Boven alles gaat het hem om muzikale geloofwaardigheid. Vervolgens is het puur de werking van de markt: als ik kom, komen er mensen. Ik kan er goed van leven, ik zal nooit doen of het anders ligt. Het volstaat te vermelden dat Clarke een paar huizen in Engeland bezit.
Established, but not of the establishment, zo omschrijft Dave Clarke zichzelf. Dat is geen grootspraak. Clarke, met zijn zevendertig jaar bepaald niet de jongste aan het front, is een dj die niet aan kliekjes doet hij is geen onderdeel van cirkels met alleen maar andere djs. Hij is een eenling. Laat in zijn omgeving ook vooral niet de term superster-dj vallen. Zeg dan liever meteen ego-dj. Dat ben ik niet, dat staat mijlenver van mij af. Of djs overgewaardeerd zijn? Sommige wel, sommige niet. Dat kun je niet zo in het algemeen stellen, vind ik. Hoor jij wel eens dat parkeerwachters overgewaardeerd zijn? Nee toch?
Hij kleedt zich bij voorkeur in het zwart. Ook vandaag, op de eerste zonnige dag in Amsterdam. Alleen is de spijkerbroek zo vaal gewassen dat je hem wel grijs moet noemen. Dat zwart, zo zegt hij, daar maken de mensen meer van dan hijzelf. Het hele idee van The man in black is een karikatuur, in de loop der jaren ontstaan. Ik sta toch liever bekend als de man die intense muziek draait. Mensen zeggen wel eens: hij lacht nooit als hij draait, hij kijkt zo serieus. Dat komt omdat ik zo in het moment zit. Ik word ook niet betaald om te glimlachen. Als je aan het einde van de nacht een goede grap vertelt, zal ik lachen als geen ander. Maar tijdens het werk zal ik altijd zoeken naar de intensiteit in de muziek.
De vlucht uit Glasgow heeft veertig minuten vertraging. Een jongetje van nog geen turf hoog groen shirt, guitige krullenbol hupst al een tijdje van ongeduld in het rond voor de ingang domestic arrivals. Daar is hij, zegt een blonde vrouw. Een paar seconden later staat hij er, de man, toch weer in het zwart. En onmiddellijk springt zijn vijfenhalf jaar oude zoontje op Dave Clarke af. De dj gaat, voordat hij aan zijn volgende klus begint, even in retraite met wat vroeger zijn gezin was. Mag hij: zijn zoon heeft hij nu meer dan vijf weken niet gezien.
Tourmanager Nick blijft een paar uurtjes wachten op Gatwick Airport. Hij is in charge of the bag. The bag is de tas waarin zich de naar schatting vijfhonderd gebrande cds bevinden. Daarvan gebruikt Clarke er gemiddeld tijdens een set zon honderdtwintig. Twee jaar geleden heeft Clarke het ouderwetse vinyl definitief vaarwel gezegd. Het maakt geen verschil, zegt hij. Behalve dan dat hij twintig kilo minder hoeft mee te sjouwen als hij over de wereld crosst. Die tas, dat zal iedereen begrijpen, mag geen moment uit het oog verloren worden.
Nick bestelt een cafe latte. Hij vertelt over de avond daarvoor. Ze hebben een uur of vijf kunnen slapen. Nick kijkt erbij alsof dat een luxe is. En ja, de club in Glasgow ging helemaal plat, maar helaas was het geluid slecht. Dat begrijp ik nou niet, zegt Nick. Ze geven zo veel geld uit aan djs, maar duizend euro extra voor betere apparatuur kan er kennelijk niet vanaf.
Veel eisen stelt Dave Clarke niet als hij wordt gevraagd ergens op te treden. Hij hoeft geen limousine, geen zes flessen champagne in de kleedkamer, geen zestien business class vliegtickets voor zijn vrienden. Een paar flessen water, wat energiedrank en als het kan een paar bananen, somde Clarke eerder lachend op. Maar ik eis wel een uitstekende geluidsinstallatie. Ik heb een wagonlading aan bassen nodig. Ik wil de muziek kunnen voelen. Aan de clubs die Dave Clarke uitnodigen, laat Nick altijd weten: Als jullie de muziek luid vinden, vindt Dave het nog niet luid genoeg. Zet de versterkers maar vast op standje elf. De dj zelf vertelde dat hij totaal geen geduld heeft met mensen die klagen over het volume. Die kunnen oprotten. Nee, ik gebruik geen oordopjes. Ik heb het een tijd wel gedaan, maar het is toch een beetje als seks met een condoom. Noodzakelijk als je de persoon niet goed kent, maar als je een vaste relatie hebt: nee.
Na twee uur haalt een blinkend witte Mercedes 500 SEL met leren bekleding en automatische autogordels the bag en zijn begeleider op. Via vele kronkelende b-weggetjes door het glooiende landschap wordt koers gezet naar Chichestre, voor een pizza in een restaurant aan de dorpsweg. De autoradio spuwt Silver Bullet uit, een nieuwe rockfavoriet, die de jaren tachtig laat herleven. Of de muziek een beetje hard mag? Vanaf nu is een gesprek bijna onmogelijk. De tomtom blijft onaangeroerd: deze omgeving kent Clarke als zijn broekzak. Hier ging hij met ouders altijd op vakantie. Geld om naar het buitenland te gaan hadden ze nooit, het bleef bij dagjes op het schitterende platteland van Engeland. Het landschap van Engeland, de steden van Nederland en een klimaat zoals in Barcelona: dat is mijn gedroomde ideale land in Europa. En de politiek? Socialist!, klinkt het beslist. Has to be.
Dave Clarke huurt een appartement in Amsterdam, waar hij doorgaans doordeweeks verblijft. Het gaat hem net iets te ver om te zeggen dat hij naar Nederland is verhuisd. Ik spendeer er tijd. Hoewel ik het een prachtig land vind, blijf ik door en door Brits, door en door Engels. Ik weet te weinig van de politiek om te kunnen beweren dat ik in Nederland leef. Politiek interesseert hem bovenmatig. A champagne socialist, zo noemt hij zich. In Engeland is er nu veel gaande. Er komen veranderingen. Ooit was ik behoorlijk opgewonden toen het Labour van Blair voor het eerst de verkiezingen won. Later bekende die een bewonderaar van Margaret Thatcher te zijn. Bij de laatste verkiezingen heb ik niet eens gestemd, omdat ik het gevoel heb dat er niets te kiezen viel. Tony Blair is zo iemand geworden die de hele dag glimlacht. Ik vertrouw niemand die de hele dag alleen maar glimlacht.
Dave Clarke heeft een zwaar jaar achter de rug. Hij heeft nu pas het gevoel dat hij een beetje is opgekrabbeld. Twee sterfgevallen heeft hij moeten verwerken, waaronder dat van zijn vader, met wie hij een slechte band had. Mijn jeugd was nogal turbulent. Een tijdlang heb ik in garages, op parkeerplaatsen en bij vrienden op de vloer geslapen, omdat ik van huis was weggelopen. Ik heb in mijn vaders huis moeten inbreken om mijn spullen te kunnen meenemen, want mijn stiefmoeder had me de toegang ontzegd. Ik was toen dertien jaar oud, denk ik. Praten met mijn vader mocht ik alleen maar via de brievenbus. Het is later nooit meer goed gekomen. Je kunt je wel blijven afvragen: What could have, maybe, if? Het blijft een feit. Verdrietig, maar zo is het leven.
Het kan niet anders of ze hebben hem gevormd, de jaren op straat. Geld had hij maar zelden. Wat koop je ervoor: een doosje theezakjes of toiletpapier? Dat waren keuzes waar de jonge Dave Clarke voor stond. Ongetwijfeld heeft het me mede zo zelfstandig en zo bloody singleminded gemaakt. Een huilverhaal wil hij er in geen geval van maken. Clarke: Er is geen moment in mijn leven geweest dat ik geen voedsel in mijn maag had. Uiteindelijk kon ik mezelf bedruipen. En als ik de elektriciteit niet kon betalen, gebruikte ik visdraad met een haakje om met de meter te knoeien.
Hij heeft vele baantjes gehad, maar de zorgen van Dave Clarke waren pas echt voorbij toen het voor hem begon te draaien als dj en producer, nu ruim tien jaar geleden. Toen begon ik ook met het afreizen van de wereld. Ironisch, want toen ik als tiener nog in een schoenenwinkel werkte, vroegen mensen me vaak wat ik wilde doen als ik groot was. Mijn antwoord was altijd hetzelfde: reizen en muziek maken. Ik kon het ongeloof in hun ogen aflezen, maar voor mij was er geen andere weg. Reizen, muziek maken en een succes worden. Via de muziek heb ik kunnen ontsnappen. Ontsnappen van de maatschappij waar van negen tot vijf de norm is. Van negen tot vijf, dat heb ik nooit aangekund. Zo zit de bedrading in mijn hoofd niet in elkaar.
Hij zegt het onomwonden. Het beroep van dj is voor Dave Clarke a way of life. Nee, moe wordt hij er nooit van. Ik zal meteen maar toegeven dat ik een adrenaline-junkie ben. Elk weekend de wereld over vliegen, dat geeft een kick. Een prachtige manier van leven ook, daar betaal ik graag de prijs voor. Ik zal waarschijnlijk geen tachtig worden, maar dat wil ik niet eens. Clarke heeft nú een heel goed leven. Het enige nadeel is dat zijn sociale bestaan is beknot. Ik heb een gefragmenteerd leven, alsof er ergens een bom is afgegaan. Anderen zien hun vrienden in het weekend, ik ben dan onderweg. Soms voelt het of mijn thuis niet bestaat. Daarom maak ik mijn eigen huis schoon, dat versterkt het gevoel dat het mn plekje is. Ik koop ook graag bloemen. Ik wil ze zien sterven in hun vaas, zodat ik weet dat ik weer een tijdje thuis ben geweest. Heel basaal, maar tegelijk heel echt.
De pizza is genuttigd. Helaas is er te weinig tijd, anders had hij graag de plaatselijke kathedraal nog even laten zien. Er moet een festival worden gehaald, Hi:Fi geheten. De voortekenen zijn niet goed: op de straten van Chichestre begint het te regenen. As the old English saying goes: the weather is a load of bollocks. Net voordat Clarke de Mercedes het festivalterrein opstuurt, komt hij vast te zitten in de modder. Met de hulp van negen man lukt het de auto te bevrijden. De kleedkamer blijkt een portocabin waar iedereen gewoon in- en uit kan lopen. Dave Clarke neemt alles doodgemoedereerd in zich op. Het geluid van de beukende techno van de tent om de hoek, nog versterkt door het gerammel dat de portocabin op de maat, kan hij helemaal buitensluiten. Heck, in dit geluid kan ik zelfs slapen. Hij pakt een rode lolly uit een doos in een hoek van de kleedkamer en begint er kalm op te zuigen. Zijn ogen staan op een voor deze omgeving ongewone sereniteit.
Hij heeft nog steeds diezelfde rustige blik in zijn ogen als hij zegt: Dit is het moment dat je normalitair de koelkast uit het raam flikkert. De lolly gaat uit de mond: Maar ja, de modder, hè? Nick heeft hem zojuist een uiterst onprettige mededeling gedaan. Ondanks herhaaldelijk emailcontact is de door Clarke gewenste apparatuur niet op het festival aanwezig. En het festival kan toch al geen succes worden genoemd: een van de broers van Tiefschwarz draait voor nog geen honderd mensen in de tent die Dave Clarke zo mag bespelen. Met cd-spelers van Pioneer in plaats van Technics en een mengpaneel dat hij nog nooit heeft gebruikt. Ja, ooit twintig seconden in een flat in Parijs, toen die dingen net op de markt waren.
Dit gebeurt alleen op Engelse festivals, verzuchten Nick en Dave. Elders is er gewoon meer aandacht voor details. Met deze apparatuur heb ik geen enkele ervaring. Kijk, een Range Rover is geen Toyota, welke kant je ook op redeneert. Zo moet Clarke aantreden op Hi:Fi. Onthand. Maar wat kun je doen? Niet optreden? Vanaf het podium zeggen dat de leverancier een fout heeft gemaakt? Hij trekt een enkele wenkbrauw omhoog. Fuck it. Lets take it all on the chin.
Dave Clarke werpt nog een blik in de tent, die qua grootte niet op Lowlands zou missstaan. Alleen lijken er nu nog minder mensen te zijn dan een half uur geleden. Luxemburg, twee dagen geleden, Schotland, gisteren stuk voor stuk uitverkocht. En dan nu dit. Welkom bij de twee procent van mijn carrière, zegt hij, alvorens hij het podium betreedt. Ik kan net zo goed mijn iPod opzetten en zelf gaan dansen. Op het terrein van het festival heeft hij een half uurtje eerder nog voldaan aan een merkwaardig interviewverzoek, van een televisieprogramma voor doven. Dat moet haast wel vanwege de bassen komen, die zij kennelijk kunnen voelen. Het kan natuurlijk ook zijn dat ze al fan van Dave Clarke waren vóórdat ze doof werden. Een grappig gezicht is het wel: de dj die zo goed en zo kwaad mogelijk antwoord op clichévragen probeert te geven, terzijde gestaan door een doventolk naast hem.
Het valt hem hoe dan ook niet gemakkelijk: praten over muziek. Aan het intellectualiseren ervan heeft hij een broertje dood. Clarke: Het gaat om je eigen waarneming, wat jij eruit haalt. Alles daar omheen is onzin, geheel overbodige poespas. Muziek is tonaliteit, gevat in vrijheid. Ik ga naar Japan, spreek geen woord van de taal, en toch begrijpen de mensen me. Je kunt het puur negatief bekijken en beginnen over drugs. Maar ik ben ook naar droge landen geweest, waar ik dezelfde respons kreeg. Ik heb geen ingewikkelde hypothese over de muziek die ik draai en speel. Ik maak muziek om een simpele reden: so people can shake their ass and feel free. Ik verander de wereld niet, zoals een dokter of een politicus. Ik geef de mensen wat verlichting aan het einde van de week, wellicht. Ik werk hard. Ik heb een strikte arbeidsethos. Maar om me daar nu voor te loven?
Met een beetje goede wil zou je kunnen beweren dat Dave Clarke een kwart eeuw dj is. In de tijd dat hij nog in het ouderlijk huis woonde, begon hij op zolder Daves Disco. Hij had alle kerstlichten van zijn vader gegapt en aan het plafond bevestigd. Ik draaide muziek van een cassetterecorder, nummers opgenomen van de radio, omdat ik me geen platen kon veroorloven. Zijn eerste betaalde optreden kan hij zich niet herinneren. Dat moet op een rollerdisco zijn geweest, maar ik draaide toen ook al op feestjes van vrienden.
Zijn eerste kleine beetje status verkreeg Clarke als hiphop-dj in zijn geboorteplaats Brighton. Eind jaren tachtig kreeg hij een uitnodiging om met enige regelmaat te draaien in de Richter in Amsterdam. Eindelijk, het buitenland. En dat in de euforische dagen, toen house en techno het uitgaanspubliek langzaam maar zeker voor zich won. Ja, de begintijd was speciaal. Maar die periode heeft zeker niet het alleenrecht op opwinding. Dat vind ik het nu nog steeds. Anders zou ik het niet doen. Trends laat hij links liggen. Minimal bijvoorbeeld, de moderne, uitgeklede variant op house, doet hem niets. Ik heb genoeg aan techno, waarin ik nog steeds een goede ontwikkeling bespeur. Verder is de scene nu veel volwassener dan vroeger. Het is toch ongelooflijk dat de meeste djs uit de begintijd niet eens konden mixen?
Stoïcijns staat Clarke achter de Pioneers op het verregende Hi:Fi-festival. Slechts af en toe werpt hij een kleine glimlach naar achteren. De muziek in de tent klinkt verrassend vol, bijna psychedelisch, overweldigend. Het tempo is straf. Ook al zit er iets plichtsmatigs in zijn handelingen, Dave Clarke leeft zich flink uit met de crossfaders, de ingebouwde samplers en andere effecten. Zo wordt zijn optreden een feestje voor een paar honderd dansers, die er totaal geen problemen mee lijken te hebben dat ze nogal veel ruimte hebben.
Nee, moeilijk was het niet, zegt hij na afloop. Hij heeft er alleen niet veel plezier aan beleefd. Het golfkarretje om Dave Clarke en gezelschap naar zijn auto terug te brengen staat al meteen klaar. Hij neemt zelf plaats achter het stuur. Het heeft iets van een revanche, de bijna roekeloze rit die hij onderneemt op het gladde festivalterrein. Toeterend giert het karretje door het gras. Het stopt zo dicht bij de Mercedes dat de nummerplaat je niet kan ontgaan: DJ 1344.
Tien uur s avonds, en op weg naar Londen, nu met hulp van het navagatiesysteem. Daar wacht een optreden in Fabric, de internationale techno-hemel. Dat moet dan maar niets minder dan een zegetocht worden, meent een nu bijna elektrische geladen Clarke. Over het festival wordt niet veel gerept. De rode draad in mijn muziek? De muziek is donker, atmosferisch, uitdagend. I want to fuck with peoples minds. Waar ik naar zoek, kan ik alleen maar beschrijven als een soort seksuele energie. En daar gaan we weer. Daarover praten gaat bijna niet, omdat zoiets drijft op instinct. Ik weet ook nooit van tevoren wat ik ga doen. Elke mix is uniek. De eerste plaat? Daarover beslis ik twee minuten voordat ik opga. Je moet de mensen laten opgaan in een bal van energie. En een wagonlading aan bassen. Had ik dat al gezegd?
Al bij aankomst in Londen heeft de Fabric rijen tot om de hoek van de volgende straat. Om half drie is dat nog niet anders. Clarke haalt opgelucht adem: gelukkig is het druk. Maar dat laat hij niet zo merken. Met gespeelde ongeloof: Natuurlijk kan het ook zijn dat ze al staan te wachten tot de Starbucks opengaat. Het gezelschap wordt door de gangen geleid door Judy, tevens de promotor van de avond. We komen uit bij Room 2, de favoriete zaal van Dave Clarke, waar het podium wordt bezet door Suburban Knight, een oudgediende uit Detroit die met behulp van een drummer de zaal laat dansen. Kwart over drie knikt de Knight naar Clarke, die vervolgens het geluid overneemt en een applaus voor zijn voorganger laat klinken dat de bomvolle, verhitte zaal klakkeloos imiteert.
En dan begint het: de zegetocht. Achter de Technics (nu wel) staat een andere Dave Clarke. Geïnspireerd, gedreven en met zichtbare expressie op zijn anders zo moeilijk te peilen gezicht. Zelfs zijn kleren zijn ongewoon fleurig. De energie van de muziek weerspiegelt zijn stemming. Met de platen die hij draait, en een nog imponerender arsenaal aan trucs, speelt hij met zijn toehoorders als een kat met een bolletje wol. Hij heeft ze compleet bij de lurven. Mochten er nog vraagtekens bestaan na het optreden eerder op de dag: Dave Clarke is hier een held. Een grote.
Het volume in de Fabric verdient een adjectief dat de term oorsplijtend een flink stuk overstijgt. Staand in de dj booth kun je je tanden niet eens fatsoenlijk op elkaar houden. Je kaken trillen als vanzelf verschillende kanten op. Gecommuniceerd kan er alleen worden via de sms-functie van telefoons. Zijn Engelse agent, ook aanwezig in de kleine ruimte, laat haar boodschap zien: His music is very dark tonight. Gothic? Er kan niets anders worden gedaan dan knikken. Dit is nu muziek met de versterker op elf. Dave Clarke wenkt tourmanager Nick. Wat schreeuwt hij nu in zijn oor? Toch niet: kan er wat meer bas bij?
In groot contrast met dit alles staan de soepele, bijna nonchalante handbewegingen van Clarke. Het is een lust om hem te zien, vergelijkbaar met het aanschouwen van Ronaldinho op een voetbalveld. Hier zijn ze weer: de jongens die gluren naar zijn vingers, alsof zo zijn kunsten zijn af te kijken. Meisjes laten hem het display van hun telefoon zien, met ongetwijfeld niet al te kuise voorstellen. Verzoekjes voor plaatjes zullen het niet zijn, de bezoekers in de Fabric weten dat het zo niet meer werkt sinds de dj een status aparte in de dansmuziek heeft gekregen. Een man zwaait met Archive One, de eerste elpee van Clarke die tien jaar geleden verscheen. Zien we daar zwart ondergoed door de lucht gaan?
De dj heeft een speelse bui, goed voor enkele extatische erupties. Behalve techno van Anthony Rother en Green Velvet draait hij ook, wat naadloos blijkt te kunnen, Whip it, een oude hit van de Amerikaanse new wave-band Devo. En daar horen we een sample van zangeres PJ Harvey die zingt: I cant believe life is so complex, when I just want to sit here watch you undress. Dave Clarke maakt een dansje. Dave Clarke speelt lucht(bas-)gitaar. Om vijf voor half zeven, lang na de officiele eindtijd van zijn optreden, kijkt hij om naar Nick, en gebaart naar de wodka die de organisatie hem ongevraagd heeft toebedeeld. Nee, een glas hoeft niet, hij zet de fles a-typisch voor de doorgaans zeer nuchtere Clarke maar meteen aan zijn mond. Vijf minuten later is de adrenalinerush voorbij.
Daarna blijkt Fabric ook nog een boven te hebben. Een bar alleen voor de VIPs. Op de achtergrond tettert collega Ricardo Villalobos rustig verder, hij moet nog tot acht uur. Dave Clarke en aanhang krijgen meteen een fles champagne voor hun neus, met acht passende glazen erbij. Normaal, bekent hij, blijft hij nooit in een club hangen om nog wat te drinken. Maar voor Fabric maakt hij een uitzondering. Cheers, mate. Hij is nu twintig uur wakker, maar op de donkere ringen om zijn ogen na vertoont hij geen spoor van vermoeidheid. Eén zaak moet nog worden opgehelderd. Vroeg Clarke een paar uur geleden nu echt om wat meer bas? Meteen verschijnt er een flauwe glimlach op zijn gezicht. Huh-huh, knikt hij.
Wanneer de champagne op is, staan de dj en zijn entourage voordat ze het beseffen onverwacht in een ruimte met opengeslagen deuren die uitzicht biedt op de straten van Londen op een zondagochtend. Daar valt iets te zien waarop Clarke dit hele weekend heeft moeten wachten. Een blinkende, glorieuze zon verlicht de uitgang.
Wat denk je van een goed Engels ontbijt?, zegtDave Clarke.
Dave Clarke treedt woensdag 12 juli op tijdens de eerste dag van het festival 5 days off in de Melkweg in Amsterdam.
Return to press
